Pleidooi van COFID voor 'lekenbestuurders' in bestuur

    COFID pleit in de consultatie van het Ministerie van Financiën in januari 2015 voor de mogelijkheid om lekenbestuurders (vakspecialisten) op te nemen in het bestuur van de verzekeraar.

    Een onderwerp dat onvoldoende aandacht heeft gekregen, is de toetsing van bestuurders. Er is nog altijd geen werkbare oplossing voor de behoefte van de verzekeraars om vakspecialisten met ‘onvoldoende’ kennis van Solvency maar met veel kennis van mogelijke risico’s (met name bij de onderlinge nicheverzekeraars) in een bestuur op te nemen.

    Wij zien als oplossing de mogelijkheid dat de toezichthouder op basis van de (eerder) aangemelde en getoetste bestuurders vaststelt of de vereiste disciplines voldoende vertegenwoordigd zijn. Als dat het geval is kan het bestuur aanvullend vakspecialisten / bestuursleden zonder toetsing door de toezichthouder aan de ALV voordragen voor zover het aantal voorgedragen bestuursleden kleiner is dan het aantal getoetste bestuursleden. Daarmee wordt recht gedaan aan het belang van de polishouder, het beheersen van de risico’s van de verzekeraar en een effectief prudentieel toezicht.

    Kijk hier voor de volledige brief van COFID aan het Ministerie

    Wat vindt u daarvan. Plaats uw reactie hieronder !

    AfdrukkenE-mail

    Reactie COFID op consultatie Ministerie van Financiën Besluit prudentiële regels Wft

    In januari 2015 hebben kleine verzekeraars, Nardus, FOV en COFID gereageerd op de consultatie door het Ministerie van Financiën op voorgestelde wijzigingen in het Besluit prudentiële regels Wft en Solvency II Basic. Hieronder vindt u de reactie van COFID:  (download hier pdf)

    Ministerie van Financiën
    Directie Financiële Markten
    Korte Voorhout 7
    2511 CW Den Haag.

    Cothen, 19 januari 2015

    Betreft: Consultatie d.d. 9 december 2014
    Implementatiebesluit richtlijn en verordening Solvabiliteit II

    Geachte heer, mevrouw,

    Wij hebben in het kader van uw consultatie het concept-besluit tot wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft, het besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en enige andere besluiten op het terrein van financiële markten ter implementatie van de richtlijn Solvabiliteit II en de verordening Solvabiliteit II, (hierna Besluit) beoordeeld. Wij geven u hierbij graag onze bevindingen en aanbevelingen.

    In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de voorgestelde wijzigingen in het Besluit prudentiële regels Wft geen voordelen voor verzekeraars met beperkte risico-omvang opleveren. In een aantal artikelen van het Besluit is het woord ‘verzekeraar’ vervangen door ‘verzekeraar met beperkte risico-omvang’ (bijv. art. 17, 19, 23, 24 etc.) waarmee in feite de bestaande wetgeving voor deze groep wordt gehandhaafd. Met de praktijkervaringen van de afgelopen jaren, zou een meer op kleine verzekeraars afgestemd besluit op zijn plaats zijn. In de toelichting wordt gesteld dat het voorliggende besluit in voorkomende gevallen een soepele overgang voor kleine verzekeraars naar richtlijn Solvabiliteit II mogelijk maakt, maar dat weegt niet op tegen de nadelen van de onnodige zware (toezichts-) eisen en hoge kosten (zoals die ook blijken uit de toelichting bij het Besluit) voor de verzekeraars met beperkte risico-omvang.

    Een onderwerp dat onvoldoende aandacht heeft gekregen, is de toetsing van bestuurders. Er is nog altijd geen werkbare oplossing voor de behoefte van de verzekeraars om vakspecialisten met ‘onvoldoende’ kennis van Solvency maar met veel kennis van mogelijke risico’s (met name bij de onderlinge nicheverzekeraars) in een bestuur op te nemen.

    Wij zien als oplossing de mogelijkheid dat de toezichthouder op basis van de (eerder) aangemelde en getoetste bestuurders vaststelt of de vereiste disciplines voldoende vertegenwoordigd zijn. Als dat het geval is kan het bestuur aanvullend vakspecialisten / bestuursleden zonder toetsing door de toezichthouder aan de ALV voordragen voor zover het aantal voorgedragen bestuursleden kleiner is dan het aantal getoetste bestuursleden. Daarmee wordt recht gedaan aan het belang van de polishouder, het beheersen van de risico’s van de verzekeraar en een effectief prudentieel toezicht.

    Wij zullen ingaan op een aantal in het Besluit genoemde artikelen en geven daarbij enkele voorstellen ter verbetering:

    In artikel 17 wordt bij lid 4 gesteld: ‘De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt ten minste jaarlijks op onafhankelijke wijze getoetst.’ Het betreft hier de zogenaamde interne audit functie. De praktijk leert dat dit voor verzekeraars met een beperkte risico-omvang een onnodige zware last betekent en geen grote risico’s aan het licht brengt. Wij stellen dan ook voor om voor verzekeraars met beperkte risico-omvang ten minste eens in de drie jaar, in plaats van ten minste jaarlijks, als eis te stellen.

    In artikel 19 wordt voor verzekeraars met beperkte risico-omvang gesproken over ‘een organisatie-onderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze de actuariële functie uitoefent’. Dit lijkt gelet op de omvang van de organisaties en de beperkte (kortlopende) voorzieningen bij de meeste schadeverzekeraars onnodig kostenverhogend en niet noodzakelijk.

    Wij stellen voor lid 3 te wijzigen in : ‘de personen die het dagelijks beleid bepalen dragen zorg voor een adequate, betrouwbare en onderbouwde berekening van de technische voorzieningen’.

    Een lid 4 toevoegen: ‘Indien de toezichthouder dit verlangt, zal de verzekeraar ervoor zorgdragen dat de berekening van de technische voorzieningen op onafhankelijke en effectieve wijze door een actuariële functie wordt gecontroleerd’.

    Uit de openbare reacties op de consultatie wordt duidelijk dat er ook op andere terreinen nog wensen zijn. Vooralsnog hebben wij ons beperkt tot bovenstaande aanvullingen. Wij zijn graag bereid om ons schrijven toe te lichten.

    AfdrukkenE-mail

    COFID
      • Adres

        Groenewoudseweg 3a
        3945 BC Cothen


        Tel. 0651712530

        • Volg ons

            

        •